Domweg gelukkig, in de Dapperstraat

Gelezen door: André Oyen (3329 boeken)

Citaat: "De Dapperstraat
Natuur is voor tevredenen of legen. / En dan: wat is natuur nog in dit land? / Een stukje bos, ter grootte van een krant. / Een heuvel met wat villaatjes ertegen. / Geef mij de grauwe, stedelijke wegen, / De in kaden vastgeklonken waterkant, / De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand / Door zolderramen, langs de lucht bewegen. / Alles is veel voor wie niet veel verwacht. / Het leven houdt zijn wonderen verborgen / Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat. / Dit heb ik bij mijzelve overdacht, / Verregend, op een miezerige morgen, / Domweg gelukkig, in de Dapperstraat./"

Met de titel van het mooie gedicht van J.C. Bloem Domweg gelukkig in de Dapperstraat als leidraad nemen de samenstellers ons mee op een rondleiding door de Nederlandstalige Poëzie. Verzuchtingen als 'Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten', 'Groots en meeslepend wil ik leven' en 'tussen droom en daad staan wetten in de weg', allemaal regels die tot het dagelijks taalgebruik zijn gaan behoren, maar die oorspronkelijk deel uitmaakten van een gedicht, zijn aan de orde van de dag.

Poëzie heeft in de Nederlandse literatuur altijd een belangrijke plaats ingenomen. En er zijn talloze gedichten die iedereen kent, of waarvan enkele regels in het gemeenschappelijk geheugen gegrift staan. Domweg gelukkig, in de Dapperstraat bevat al die beroemde gedichten, van het allereerste begin: 'Hebban olla vogala', tot de dag van vandaag: 'Sterven doe je niet ineens, maar af en toe 'n beetje.' Dit is al de dertigste editie. Alle grote dichters uit onze literatuur én de 'kleintjes' die zich met één gedicht onsterfelijk hebben gemaakt, zijn vertegenwoordigd. Deze nieuwe editie waarvan de eerste druk in 1990 verscheen, is uitgebreid en verbeterd. Het boek bevat prachtige gedichten, een gedegen inleiding, een serieuze en haast wetenschappelijke bronvermelding en een register op titels, beginregels en klassieke regels.

'Deze bloemlezing bevat met opzet géén verrassende vondsten en getuigt niet van een eigenzinnige kijk van de samenstellers op tien eeuwen Nederlandse poëzie, want de opzet was om alleen die verzen op te nemen 'die iedereen kent'. Aarts en Van Etten zijn daarom uitgegaan van de 125 gedichten die het vaakst voorkwamen in schoolboeken en bloemlezingen. Daarnaast vroegen zij in hun eigen netwerk welke verzen waren blijven hangen bij de mensen. Tevens hielden zij tijdens de tiende Nacht van de Poëzie in Utrecht een enquête. Daaruit volgden de andere gedichten.

Kinderverzen en liedjes zijn niet talrijk vertegenwoordigd in de bundel, maar poëzie die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het geheim werd geschreven heeft wel een duidelijke plaats gekregen. Net als in veel andere bloemlezingen konden lange gedichten, zoals Herman Gorters Mei, niet integraal worden opgenomen. Om toch een goed beeld van de Nederlandstalige poëzie te geven besloten Aarts en Van Etten dan in ieder geval plaats in te ruimen voor de bekendste fragmenten van zulke gedichten.

 | Reacties (1)Delen |
1 reacties:
els lens op 1 oktober 2014:
Een leuk boek om te hebben en geregeld eens in te bladeren. Ook "De Mus" staat er in : Tsjielp tjielp -tsjielp tsjielp tsjielp .... :)