Kleine herinneringen

Gelezen door: Edith Clabots (15 boeken)

Citaat: "We lagen in één bed, zij met haar hoofd aan het hoofdeinde, ik met mijn hoofd aan het voeteneinde. Nutteloze voorzorgsmaatregel van de naïeve moeders. Terwijl zij in de keuken de draad weer oppakten van het gesprek dat wij niet mochten horen en dat ze onderbroken hadden om ons naar bed te brengen, waar ze ons liefdevol toedekten, begonnen wij na een paar minuten vol bange spanning, met bonzend hart onder het laken en de deken, in het donker aan een minutieuze wederzijdse verkenning van onze lichamen, met een meer dan gerechtvaardigde gretigheid en haast, maar ook op een manier die niet alleen methodisch maar tegelijk uit anatomisch oogpunt gezien het meest haalbaar en leerzaam was. Ik herinner me dat de eerste beweging van mijn kant, de entering bij wijze van spreken, was dat ik met mijn rechtervoet de reeds behaarde pubis van Piedade betastte. We deden alsof we sliepen als twee engeltjes toen tante Maria Mogas haar later op de avond uit bed kwam halen om naar huis te gaan. Dat waren nog eens tijden van onschuld!"

De meeste personages, die José Saramago in dit boek ten tonele voert, zijn met een bijna volks realisme en met een groot gevoel voor humor beschreven. Zoals zijn oom Francisco Dinis, die als bewaker werkte op het landgoed Mouchão de Baixo op de linkeroever van de Taag. Hij was een kleine, stramme man, thuis een tiran maar zo mak als een lammetje in de omgang met bazen, meerderen en mensen uit de stad. Op een nacht speelde hij de jaloerse Othello en liep schreeuwend de echtelijke slaapkamer binnen, zwaaiend met zijn geweer, ervan overtuigd dat zijn vrouw in bed lag met een andere man. Tante, die in een witte nachtpon rechtop zat, met haar handen aan haar hoofd, kreunde “je bent gek!”. De jonge knul van veertien, die José toen was, moest zweren dat zijn tante geen andere man bij zich in bed had, terwijl hij natuurlijk zelf had liggen slapen als een blok. Hij vertelt : “Als ik deel had uitgemaakt van het laffe ras der Jago’s (ik weet van niets, ik heb niets gezien, ik lag te slapen) dan was de nachtelijke stilte van Mouchão de Baixo wellicht doorbroken door twee schoten uit een jachtgeweer en lag er een onschuldige vrouw dood tussen de lakens die geen andere mannelijke geuren en sappen hadden gekend dan die van haar eigen moordenaar”.

Later, in 1933 of ’34, hij was ongeveer tien jaar oud, liep hij op zekere dag naar de Rua São Vicente en zag bij de deur van een tabakszaak een krant met op de voorpagina de levensechte tekening van een hand die zich opmaakt om iets te grijpen. Er stond het volgende onderschrift bij: “Een ijzeren hand in een fluwelen handschoen”. De hand moest die van Salazar verbeelden. Tegen de achtergrond van het nakend fascisme van Hitler en Mussolini, was Salazar voor hem uit hetzelfde hout gesneden, of zoals hij zegt “neven van één familie”. Die hand is hij nooit vergeten. Later bleek Salazar tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) diensten te verlenen aan Franco.

De verteltrant van José Saramago mag wel uniek genoemd worden. Het soms ademloze ritme, alsof hij niet snel genoeg iets kan vertellen, en de meestal lange zinnen kunnen in het begin irritant zijn maar gaan na verloop van tijd toch bekoren. Soms komt hij terug op een bepaalde herinnering omdat hij zichzelf op een onjuistheid betrapt en de eerlijkheid hem gebiedt een detail te corrigeren. Deze apropos en overpeinzingen komen regelmatig voor en geven de indruk dat hij met de lezer converseert wat een bijzondere charme verleent aan zijn verhalen.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: