Dieperik

Gelezen door: Hilde van Looveren (13 boeken)

Citaat: "Herhaal: vulkaniseren. Zodat ik het woord in lettergrepen kan splitsen. En dat laatste doe ik door mijn pedalen één omwenteling per lettergreep te laten maken. Kijk maar.
Vul-een
ka-twee
ni-drie
se-vier
ren-vijf.
Op die manier leg ik ongeveer twintig meter af op mijn parcours. En zo ken ik een woord waarmee je al fietsend minstens vijftig meter ver moet rijden vooraleer het in lettergrepen gesplitst is: paternosterbollekensmakerijen. Elf omwentelingen. Wie doet nog beter?"

Net als zijn ‘veelgeprezen oeuvre’, terecht zo vermeld op de boekomslag, verdient Dieperik alle lof. Pleysier blijft een taalvirtuoos van weinig woorden; het is daarom raadzaam ook zijn nieuwste boekje langzaam te genieten.

Het verhaal telt twee delen en een epiloog. De ik-verteller blikt terug op een warme zomerdag uit zijn kinderjaren. Terwijl hij in de tuin rondfietst, zit zijn moeder prinsessenbonen te blezen. De herinneringen die volgen, gaan via de kaartclub waar zijn vader deel van uitmaakt naar nonkel Wies die enige tijd bij het gezin inwoont. Petite histoire, zo lijkt het, bedrieglijk herkenbaar. In de epiloog komt de auteur het sterkst opzetten; de herinneringen ‘van zo lang geleden’ zijn wellicht de zijne.

De kleine wereld van gewone mensen die de revue passeren, is andermaal gestileerd zoals alleen Leo Pleysier dat kan. Hij rakelt vergeten woorden op als ‘gammers, schammeteur, schoofzak, fezelen’ en Gezelliaans klinken het ‘worken’ en ‘gerrebekken’ van kikkers. Pleysier neemt als vanouds tijd voor woorden, geeft ze een blijvende ‘repputoasie’ mee: ‘vul-ka-ni-se-ren’, juffrouw Cretskens’ vervoegingen van Franse werkwoorden, enz.

Helemaal op dreef is Pleysier als hij het provinciaal vogelkampioenschap in Wechelderzande, categorie ‘postuurkanaries’ beschrijft, dat nonkel Wies gewonnen heeft. Hilarisch!
‘We moeten maar eens wat meer vooruitkijken en wat minder omkijken’, zegt de ik-verteller als hij het over deze nonkel heeft. Laat ons maar hopen dat Pleysier nog vaak omkijkt en ons nog meer van deze prachtvertellingen cadeau doet.

 | Reacties (2)Delen |
2 reacties:
Marita Schaukens op 1 mei 2012:
Een erg beklijvende korte roman - herkenbaar door zijn situering in tijd (jaren 50 -60) en ruimte (Kempen), maar groots in zijn universaliteit. Kenmerk van de Literatuur.
Anneleen de Sutter op 29 oktober 2010:
Helemaal mee eens...

Gelezen door: Marc Dilliën (135 boeken)

Citaat: "Ik geloof niet dat ik nog teruggevochten of tegengesparteld heb toen ik kopje-onder ging. Mij komt het voor alsof ik toen zomaar en zonder een kik te geven onder water verdwenen ben - om daarna nog één keer even terug boven water te komen en vervolgens opnieuw weg te zinken."

"Less is more" is nergens zo goed van toepassing als op deze prachtige roman. Geen woord te veel, maar altijd de juiste formulering, een puntgave stijl en het gebruik van een mooi Nederlands.

De auteur vindt ook de juiste sfeer, de huiste typering van zijn personages, dikwijls maar met enkele krachtige zinnen.
Een waar genot van deze taalvirtuoos.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: