Cliënt E. Busken

Gelezen door: Norbert De Meyer (139 boeken)

Citaat: "Wat beweegt is wat omgaat in mijn hersenkoepel en mijn hand die alles noteert wat ik denk op een rol papier uit een afgedankt faxapparaat sjerrebekke schietspoele djikke djakke kerre koltjes klits klets. Mijn hand beweegt zonder te schrijven toch wel, ik kan het trillen niet stoppen."

Zonet de nieuwe (laatste?) roman van Jeroen Brouwers, Cliënt E. Busken, gelezen. Ik ben alweer van mijn sokken geblazen door zijn taalgebruik (jongleren met taal) en inlevingsvermogen. Hoe hij in het hoofd kruipt van een tegen zijn zin in een verzorgingstehuis opgenomen man, die zich voordoet als een geesteszieke, is ongezien. Als lezer zit je als het ware in het hoofd van E. Busken. De roman is een monoloog over diens verleden en (mis)behandeling door dokters en verzorgend personeel. Dat Brouwers, in de huid van E. Busken, vele hoofden op de hakbijl legt (ook die van zijn ouders) en zijn Indische herinneringen de kop opsteken, hoeft niet te verwonderen. Ook de buitenwereld (o.a. Mulisch, Mondriaan) krijgt een lelijke veeg uit de pan. Autobiografische kruimels drijven soms boven, in verheerlijkte bewoordingen weliswaar. Brouwers heeft altijd spijkers met koppen geslagen, maar deze keer zijn alle remmen los. Een knotsgekke, absurde roman, opgebouwd uit ellenlange, als twijgen afgebroken zinnen, ingenieuze zelfgefabriceerde woordspelingen en dito overpeinzingen. De grammaticaregels worden op een hoopje gegooid en het gebruik van leestekens is als weggeblazen confetti. Dat alles maakt het lezen er niet eenvoudig op, meerdere keren teruglezen is ten zeerste aangeraden en nodig. Cliënt E. Busken is ongemeen boeiend, geschikt voor doorgewinterde lezers die tegen een (taal)stootje kunnen. Wil ik niet meteen het woord 'meesterwerk' in de mond nemen, dan getuigt deze beeldrijke roman alvast van uitzonderlijke klasse, buiten categorie. Dat verwachten we van Brouwers en dat krijgen we ook. Straffe kost, qua inhoud en taalplezier. Nu al hét boek van het jaar. De met lof bewierookte prijzen komen straks.

 | Reacties (2)Delen |
2 reacties:
Marita Schaukens op 6 maart 2020:
"Goh, ja, ik heb zoiets van, ja, kweenie wtf." Deze zin komt níet uit de roman "Cliënt E. Busken", maar hoor ik dagelijks in interviews op radio en tv, of in gesprekken op straat. Arme taalgebruiker, verarmde taal, denk ik dan.
Marita Schaukens op 6 maart 2020:
Hoe rijk en origineel en spitsvondig is de woordenschat in de roman. (1)"Gewarrel en gedwarrel in mijn hersenpan. Daar wankelt van alles en kantelt om." (2) "Het is waar, ik neig naar volle volte, het volste overvolle onverzadigbare uit zijn voegen barstende buiten zijn beddingen brekende overstromende met voeten tredende overschreeuwende overspannene.", (3) "... in de slingerbeweging van mijn hoofd werkbesteld, gestellingwerkt, bewerkstelligd, ik raak doorschuddeld in de war te midden van ...". Tot slot: (4) "Niets tegen volzinnen als onvermoeibare langeafstandslopers."