Garderobe

Gelezen door: Carl De Strycker (24 boeken)

Citaat: "Men menge het futiele en het subtiele, / het sublieme en het imbiciele. / Men menge de lijfgeur met de lijkgeur, / het perfecte met het perverse"

Voor Gruwez is de functie van poëzie: zich teweer stellen tegen het verdwijnen. Het gedicht is uiteindelijk ook niet opgewassen tegen het grote vergeten, maar het kan mensen en dingen wel net iets langer laten voortbestaan. Gruwez heeft daarbij een bijzondere aandacht en een opvallend mededogen voor marginalen (de wc-dame, dikke mensen, hoeren). Omdat ze in het dagelijkse leven nooit in de schijnwerpers staan, krijgen precies zij hier een portret.

Gruwez heeft, zo blijkt, een evolutie doorgemaakt van een naïeve naar een pragmatische, steeds parlandistischere romtiek, zonder daarbij zijn bijzondere aandacht voor de klank van het gedicht te verliezen – hij blijft nog steeds een van de meest muzikale Nederlandstalige dichters. Verlangen naar liefde, hoop op een nachleben, escapisme; het zit nog steeds in zijn gedichten, maar tegelijk is er voortdurend het lucide besef dat het allemaal slechts een wensdroom is, die elke vorm van hooggestemdheid ironiseert en het dichterlijke streven relativeert.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: