Aalst: gedichten met een nawoord

Gelezen door: André Oyen (3400 boeken)

Citaat: "Nee, Louis, je was/ ernaast: ik was geen diplomaat./ Ik sloeg je goede raad die duur was/ in de wind, ik wist ook niet waar/ met jou en met mezelf te blijven/ in de luwte waar de vos de passie/ en de wolf zijn kleine vrede preekt./ (Kromzang, 2015)"

Stefaan Van den Bremt (Aalst, 1941) behaalde een licentie Romaanse filologie en is naast dichter en essayist een uitstekende poëzievertaler. In het verleden was hij werkzaam als leraar Frans in het Sint-Lucasinstituut te Schaa tefaan Van den Bremt (Aalst, 1941) behaalde een licentie Romaanse filologie en is naast dichter en essayist een uitstekende poëzievertaler. In het verleden was hij werkzaam als leraar Frans in het Sint-Lucasinstituut te Schaarbeek, als docent literatuur in het Koninklijk Muziekconservatorium en de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen. Verder was hij ook voorzitter van PEN Vlaanderen en KANTL en is hij lid van de Maatschappij van de Nederlandse Letterkunde. Van den Bremt debuteerde als dichter in 1968 met de dichtbundel Sextant onder het pseudoniem Stevi Braem en kreeg zo de prijs voor het beste literaire debuut. Hij publiceerde tot nog toe meer dan veertig poëzietitels, waaronder zowel eigen bundels als vertalingen uit het Frans (o.m. Verhaeren en Maeterlinck), Spaans (o.m. Paz en Neruda) en het Duits (Brecht en Kafka). Zijn werk leverde hem vele prijzen op: zo kreeg hij de L.P. Boonprijs toegekend voor zijn hele oeuvre, de Koopalbeurs voor letterkunde voor zijn vertaalwerk en de internationale Poëzieprijs Zacatecas in Mexico. Op een zondagmiddag in 1962 of ’63 gaat dichter Stefaan van den Bremt samen met zijn broer voor het eerst op bezoek bij de auteur van Pieter Daens of hoe in de negentiende eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht. Ze brachten menige zondagmiddag door in die heldere kamer van huize Isengrimus. Daar spraken ze over de Nazareeër, over marxisme en het werk van Markies de Sade. Over de ontvoogding van de Vlaamse arbeidersklasse die, zo gaf de ‘tedere anarchist’ Boon toe, niet alleen te danken was aan de roden. Boon zou zijn eigen, tendentieuze versie van een verhaal uit Van den Bremts familiegeschiedenis later verwerken in De Kapellekensbaan. Deels speelt die familiegeschiedenis zich af tegen de achtergrond van een woelig Aalst in tijden van oorlog. Dichter Van den Bremt werd er geboren, maar kon er niet blijven. Zijn Aalst is een bloemlezing uit eerder verschenen maar ook nog ongebundelde gedichten die hij over zijn geboortestad schreef, onder meer over de pijnlijke lotgevallen van zijn moeders neef Valéry De Vos, naar wie in Breendonk slaapzaal tien vernoemd werd. Over tante Pauline, die in haar Aalst van textielfabrieken en kinderarbeid als analfabete veel te vroeg groot werd. Over waarom hij niet kon blijven. Het is een antwoord aan Boon, een antwoord aan de geschiedenis die nooit op haar woord geloofd mag worden. Een legaat dat klemt, dat niemand claimt. In een intrigerend nawoord laat Van den Bremt zijn eigen onderzoek weerwoord bieden aan de woorden van Louis Paul Boon. Samen met de gedichten geeft het deze bundel een uniek en heel menselijk perspectief.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: