Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?

Gelezen door: Katja Feremans (74 boeken)

Citaat: "Maar ik belde niet. Ik was laf. Ik bleef op een stoel voor het raam zitten en plukte de dode vliegen van de zomer van de vensterbank, zat op de bank naar de muur te kijken, vond een oude Rubiks-kubus in de krantenbak en deed er vierenhalf uur over om drie zijden goed te krijgen, liet de rest maar zitten, zette de radio aan."

Mattias, een Noorse dertiger, is gefascineerd door Buzz Aldrin, de man die na Neil Armstrong als tweede voet op de maan zette. En dus voor altijd in diens schaduw stond. Zonder in de schijnwerpers te staan een zinvol leven leiden op zijn eigen ritme, is wat Mattias ook wil. Maar hij voelt zich daarin belemmerd door de al dan niet uitgesproken verwachtingen van zijn familie en vrienden. Zijn angst om die niet te kunnen waarmaken drijft hem steeds verder van ze vandaan. Hij tracht voor ze te verdwijnen op de Faeröer Eilanden. Daar belandt hij in een gemeenschapshuis voor begeleid wonen. De wederzijdse genegenheid onder de enkele bewoners brengt hem geleidelijk weer in balans. Maar ook de onherbergzame natuur op de Faeröer trekt hem aan, die ‘magnificent desolation’, de woorden waarmee zijn held Buzz Aldrin zijn eerste indruk van de maan beschreef.

Helaas worden naar het einde toe in ijltempo een paar verhaallijnen opgedist die een breuk teweegbrengen met de traagheid en melancholie die de roman tot dan toe heeft geademd. Het slotbeeld, een Kodak-moment van wegzeilen, meer bepaald weg van de Faeröer, sluit gelukkig wel weer aan bij de onthaaste sfeer van het hoofdverhaal.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: