En finir avec Eddy Bellegueule

Gelezen door: Mia (50 boeken)

Citaat: "Le crachat s'est écoulé lentement sur mon visage, jaune et épais, comme ces glaires sonores qui obstruent la gorge des personnes âgées ou des gens malades, à l'odeur forte et nauséabonde. les rires aigus, stridents des deux garçons 'Regarde il en a plein la gueule ce fils de pute'. Il s'écoule de mon oeuil jusqu'à mes lèvres, jusqu'à entrer dans ma bouche. Je n'ose pas l'essuyer. (p13)"

De verteller (= de auteur) wil niets meer te maken hebben met zijn kinderjaren. Hij wil het gepeste jongetje, zijn liefdeloze familie en zijn grauwe dorp achter zich laten en hij doet dit door alles nog eens op te schrijven. Het wordt een harde afrekening met zijn milieu.

Het eerste deel (Livre I Picardie) geeft een deplorabel beeld van het leven van arme mensen in het noorden van Frankrijk: de vuilig- en vunzigheid, de uitzichtloosheid, de drankzucht, de grofheid... Eddy Bellegueule (de echte naam van de auteur) wordt gepest omdat hij anders is (pédé). Hij probeert zich staande te houden, maar de hardheid ontbreekt hem.

Het tweede deel (Livre II L'échec et la fuite) beschrijft zijn onvermogen om zich als een man te gedragen (être dur) en zijn plotselinge kans om in een andere stad naar school te gaan en zo in een heel andere wereld terecht te komen.

Het is een ontluisterend boek. Je waant je in de 19de eeuw, Maar nee, het verhaal speelt zich af eind 20ste- begin 21ste eeuw!

Dit is het verhaal van de ware armoede, de onwetendheid, van mannen die zich letterlijk kapot werken en daarna kapot drinken en roken, van vrouwen die vastgelopen zijn in een leven zonder vooruitzichten, van 'laveloos' tv kijken en toch de wereld niet zien, van lelijkheid en liefdeloosheid.

Het is ook een aanklacht. Een aanklacht tegen onze zelfgenoegzame maatschappij die deze mensen niet eens ziet. Deze mensen die alleen nog alle kanten uit kunnen schoppen en liefst nog naar beneden, maar verder geen verweer hebben. Waar is dat 'maatschappelijk weefsel'? Er is niets, tenzij toch een beetje het onderwijs...

De liefde is in dit boek ver te zoeken, hoewel de vader toch nog iets van liefde voor zijn zoon lijkt te voelen (maar het tonen, ho maar!)

Het is dus een heel negatief boek; het lijkt wel een 'tranche de vie' van de naturalisten. Dit gevoel wordt nog versterkt door het woordgebruik. Als de personages aan het woord zijn lees je voornamelijk scheldwoorden (fils de pute, je lui pisse dessus, gonzesse, sale pédé, chier, les bougnoules, bordel de merde, je te pète la gueule, la bouffe...)

Ik vond dit boek confronterend. Het is een goed sociaal document. Literair vond ik het nogal vlak, maar misschien is 'literair gehalte' hier niet de maat die genomen moet worden.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: