Joachim van Babylon

Gelezen door: Marieke Joye (1 boeken)

Citaat: "Opeens begreep ik dat ik deze koele volmaaktheid, deze vrouw die zich geven kon en zichzelf blijven, dat ik Suzanna, de dochter van Helcias, dat ik Suzanna, wier naam ik had geroepen boven het lawaai der golven en in de diepte der bossen lijk een kreet om hulp, dat ik Suzanna, mijn huisvrouw, die naakt en warm naast mij lag, dat ik Suzanna haatte."

Joachim van Babylon heeft zijn leven voor het grootste deel doorgebracht in de buurt van zijn vrouw, Suzanna. Eens was hij smoorverliefd en verslaafd aan haar uitzonderlijke uiterlijk. Maar wanneer hij ontdekt dat ze hem geen toekomst, nageslacht en warme liefde kan geven, maar slechts ouderlijke bezorgdheid, zakt zijn wereld in elkaar en is hij verplicht zich verder door het leven te sleuren. Door verder een oppervlakkig leven te leiden, weet hij te overleven tot haar dood hen scheidt.

Wie dit boek openslaat, waant zich algauw echt in het oude Israël, want behalve de prachtige achtergrondbeschrijving, lijkt ook de woordenschat uit het Oude Testament gekomen. Om nog maar te zwijgen over de staat van het boek...(het is dan ook een oud boek - 1947)

Het verhaal, ode maar ook relaas waarin Joachim zijn afgunst voor z'n vrouw beschrijft, is uniek. Geen leesvoer om 'tussen de soep en de patatten' te nuttigen, want het ligt niet alleen wat zwaarder op de maag, het is ook fijner, geraffineerder qua schrijfstijl. Duidelijk uitgeschreven stukken wisselen zich af met momenten waar je de draad even kwijt bent. Na al dat geploeter tussen hersenspinsels, gevoelens en omschrijvingen, raak je er wel. Uiteindelijk.

 | Reacties (1)Delen |
1 reacties:
André Oyen op 11 februari 2008:
Het klinkt ongelooflijk maar deze roman lag aan basis van De Arkprijs Van Het Vrije Woord. In 1950 werd de Arkprijs van het Vrije Woord gesticht door de redactieleden van Nieuw Vlaams Tijdschrift (NVT) uit protest tegen het niet toekennen van de Prijs van de Provincie Antwerpen aan het werk Joachim van Babylon van Marnix Gijsen. Aanvankelijk had de Provinciale Jury de prijs wel toegekend maar deze beslissing werd teniet gedaan op tegenadvies van de Provinciale Commissie voor Openbare Bibliotheken en Vlaamse Letterkunde. Het hoge woord in deze Commissie werd gevoerd door een priester J. Baers die protest tegen de bekroning van Joachim van Babylon aantekende omdat het boek op de kerkelijke index stond en de grondslagen van de morele gaafheid aantastte.

Pastoor Baers kreeg de meerderheid van de commissieleden achter zich en de prijs werd niet toegekend aan Marnix Gijsen. Pastoor Baers, die ook tussen de gelauwerden zat omwille van zijn verzameld werk, zag zijn prijspremie nog eens vermeerderd worden met een gedeelte van het geld dat eigenlijk Marnix Gijsen had moeten toekomen. Dit grof staaltje van censuur kon zowel op steun als op zwaar protest rekenen. Het zwaarste protest kwam zoals al eerder gezegd uit de hoek van het NVT, waarvan Herman Teirlinck toen directeur was en Hubert Lampo secretaris. Herman Teirlinck sprak bij de oprichting van de Arkprijs in 1951 volgende memorabele woorden uit: 'Wij eerbiedigen elke gezindheid, maar weigeren de aanmatiging van elke opgedrongen leer - van elke politieke leer, elke estetische leer, elke zedenleer.' Dit is een brokje geschiedenis, rond dit schitterende boek, dat waarschijlijk weinig kennen.