Minnares van de duivel

Gelezen door: André Oyen (3246 boeken)

De Marokkaans-Nederlandse schrijfster Naima El Bezaz (Meknes, 1974) studeerde aan de Rijksuniversiteit van Leiden en is heden ten dage werkzaam als jurist en consultant. Zij debuteerde in 1995 met de roman De weg naar het Noorden, dat met de IBBY-prijs bekroond werd. Deze roman situeerde zich in een mannenwereld en het is niet direct ‘bon ton’ dat een vrouw in een islamitische cultuur daar over schrijft.
In haar nieuwste roman Minnares van de duivel gaat ze nog een stapje verder door via de mystiek van de Arabische wereld het patriarchaat te ontleden dat vrouwen sluiert en hen op seksueel gebied een eigen identiteit ontzegt door de maagdencultus als een dwangbuis rond hen heen te snoeren. Net als Tahar Ben Jelloun, die haar vader zou kunnen zijn, al zoveel eerder in zovele prachtige boeken deed, wil zij de Arabische tradities ontleden om de ontvoogding van de vrouw in die zeer rijke maar soms ook wurgende Arabische wereld aan de kaak te stellen.
Om haar invalshoek, een tipje van de mystieke sluier op te lichten, kracht bij te zetten, zoekt ze bij de djinns, goede of boze geesten in de Arabische mythologie, haar heil. Oorspronkelijk waren de djinns Arabische woestijngeesten die inspiratie verschaften aan dichters en orakelpriesters. De Koran erkent het bestaan van de djinn. Volgens het heilige boek zijn ze geschapen uit vuur. Djinns kunnen een menselijke gestalte aannemen en zich tot de islam bekeren. De islamitische wet erkent een huwelijk met een djinn en verschaft de djinns ook erfrecht. Er bestaan goede en slechte djinns (sjaitans of demonen). De djinns spelen een belangrijke rol in het volksgeloof.
Naima El Bezaz volgt vooral de djinns die zich op het gebied van de liefde gespecialiseerd hebben. Vooral de djinn Farzi intrigeert haar enorm omdat hij een oude wijze vrouw Lalla Rebbah gebruikt om zijn nogal egocentrische plannen tot een goed eind te brengen. Vele mensen komen bij Lalla Rebbah om raad vragen als ze liefdespijn hebben, hun grote liefde niet beantwoord wordt of wanneer ze een geliefde willen terugwinnen. Onder het wakend oog van Farzi, door wie ze eigenlijk werd opgeleid, wordt ze één van de machtigste beoefenaars van de zwarte magie. Vrouwen vragen haar om raad en Lalla Rebbah maakt liefdes, laat mannen hun minnares dumpen om hen weer puberaal verliefd te doen worden op hun eigen vrouw. Soms laat ze ook heel hechte relaties springen, maar dat is dan meestal op verzoek van Farzi.
Lalla Rebbah kent heel wat liefdesverhalen waar ze zelf het scenario mee voor schreef. Alleen voor haar eigen liefdesleven, dat nooit veel heeft voorgesteld, kon ze merkwaardig genoeg nooit het juiste scenario vinden. Maar kom, ze heeft een grote steun aan Farzi met wie ze tot haar grote verbazing een heel hechte band heeft. Farzi is daar helemaal niet verbaasd over. Maar dat is zijn geheim. Zijn geheim waar hij Lalla Rebba wel deelachtig van maakt op haar oude dag. En op het moment dat Farzi haar zijn geheim toevertrouwt, wordt het Lalla Rebbah duidelijk dat Farzi het scenario van haar leven schreef.

Naima El Bezaz laat heel wat liefde en passie de revue passeren waarin zwarte magie een heel grote rol speelt. Ze doet dat heel sober met korte zinnetjes om de verhalen voor zich te laten spreken. Toch doet al die soberheid soms wel eens afbreuk aan de intensiteit van de duistere machten die de pijlers zijn van deze roman. Desondanks straalt het boek niettegenstaande de iets te ver doorgedreven soberheid, een hele aparte charme uit.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: