Olympia

Gelezen door: Cindy Vanarwegen (1 boeken)

Het boek is een mooie schets van het dagelijks leven in Vlaanderen. De minder mooie kanten van de karakters, zijn een geslaagde afspiegeling van de realiteit (onverdraagzaamheid, hebzucht, ...).

Een vlot geschreven, sociale roman.

 | Reacties (1)Delen |
1 reacties:
Andr├ę Oyen op 31 oktober 2007:
Olympia, intussen al haar dertiende boek, is een familiesaga, met Bloende (een soort Gentse worst) in de hoofdrol, die zich situeert in het naoorlogse België. De personages van Geertrui Daem die beklijven, dat is een feit. Ze staan me nog allemaal levendig voor de geest: Boniface, Elisabeth, de vaderfiguur uit Koud, Irene en Benoît uit Het verdeelde huis enzovoort. De gebroeders R&R Van Dale, Olympia, Liliane, Cecile, Achilles en nog zovele anderen zijn uit het kunstzinnige brein van Geertrui ontsproten en met een duivels genoegen heb ik genoten van hun specifieke karaktertrekken en hun ‘acte de presence’ in Olympia.

Begin vijftiger jaren komt de Vlaamse vleeswarenfabriek ‘Gebroeders R&R Van Dale' tot fabelachtige groei. De specialiteit van het bedrijf is de onnavolgbare bereiding van zijn Boulogne op basis van paardenvlees, namelijk de Bloende. Roland en Robert Van Dale, de broers-directeurs, besturen samen de fabriek in zorgvuldig uitgebalanceerd evenwicht. Maar de gerespecteerde nagedachtenis aan hun overleden vader en stichter van het bedrijf vervaagt. Want uiteindelijk hebben ze in werkelijkheid trouwens allebei een totaal verschillende kijk op management in het algemeen en hun eigen bedrijf in het bijzonder.

De familie Van Dale breidt uit met echtgenotes en kinderen. Er ontstaat afgunst, wrok en rancune. De afhankelijkheid van elkaar en van de fabriek is zeer groot. Bij de Van Dales worden verborgen en onbewuste intriges opgezet, met verregaande dramatische gevolgen. Op de Brusselse Expo van 1958 weerkaatst de glans van het Atomium op de Boulogne Gebroeders R&R Van Dale. Maar het is niet al goud wat blinkt! In al dat zakelijk en familiegebonden geharrewar groeit de beeldschone maar autistische Olympia op. Zij verzet zich tegen het slachten van paarden, maar is ongewild de aanleiding van de dood van twee dierbaren.

Geertrui Daem geeft zelf grif toe dat ze na zoveel boeken en toneelstukken tot het besef gekomen is, dat de familie en haar vreemd evenwicht haar thema vormt. ‘Het is bijna een dans die alle familieleden moeten uitvoeren opdat alle geheimen ook geheim zouden blijven, relaties in evenwicht zouden blijven terwijl de dreiging er altijd is dat de boel gaat ontploffen. Ik ben daar bijna obsessioneel mee bezig. Als je creatief bezig bent, dan ga je juist naar je obsessies. Een eerste relatie is een familierelatie en die is zeer bepalend voor je leven. Al wat je meemaakt toets je aan die allereerste relatie. En in veel gevallen is die relatie al desastreus misvormd.’ Deze uitspraak zou je als aankondigingsslogan voor Olympia’kunnen gebruiken. Een rakere typering kan je niet geven.

In elk boek opnieuw is te merken dat Geertrui Daem ook beeldend kunstenaar is. Zo was bijvoorbeeld de beschrijving van de pathologie van het oorlogstrauma in Koud heel visueel. Je leeft met die man mee omdat het duidelijk ‘zichtbaar’ is hoe hij lijdt. Olympia is bijna een film, alleen is de taal van Geertrui Daem veel mooier dan de taal van celluloid. Het familiebezoek aan de Expo '58 is grandioos weergegeven. Even met de familie mee het Atomium bezoeken. ‘Boven leken ze hoog in de hemel, bijna in het luchtledige te zweven, alsof die dikke bol ook af en toe zachtjes bewoog, een tikje schommelde. Reusachtige ramen helemaal rondom boden een spectaculair bellevue. Vooral vanuit de beide restaurants, een snackbar met zelfbediening en een chique etablissement, was het uitzicht superbe.’ 

In heel de roman wisselen tragische en komische situaties elkaar in een hoog tempo af. Toch is er ook plaats voor engagement. Vooral de erotische scènes zijn erg knap uitgewerkt. Olympia is een echt mooi boek, een ode aan Gent, een portret van gewone ongewone mensen!