Drift: het Komrijk van Bas Heijne

Gelezen door: André Oyen (3399 boeken)

Citaat: "Als de literatuur voor ons een gezicht had, dan was dat het gezicht van Gerrit Komrij. Voor ons was hij niet minder dan een held, een schrijver die alle ongeschreven regels van de literaire wereld aan zijn laars lappen, een speelse iconoclast, ongrijpbaar op een manier zoals wij dat ook graag wilden zijn."

De Bezige Bij heeft vier schrijvers (Van Kooten, Lanoye, Heijne en Bervoets), allen liefhebbers van het werk van Gerrit Komrij (1944-2012), gevraagd daaruit een min of meer thematische bloemlezing samen te stellen. Na de keuzes van Tom Lanoye, Kees van Kooten en Hanna Bervoets is nu ook gerenommeerd schrijver van columns en essays Bas Heijne aan de beurt om zijn bloemlezinkje uit het werk van Gerrit Komrij voor te stellen. Bas Heijne kiest naast polemische stukken ook serieuze essays en stukken waarin Komrij een romantisch verlangen laat zien naar verloren schoonheid.

In zijn inleiding zegt Bas Heijne dat hij reeds als scholier een bewonderaar was. Toen ze elkaar een keer ontmoetten, viel hij erg in de smaak bij Gerrit Komrij. 'Ik was een engelachtige jongen met lange blonde krullen.' Ze werden bevriend met elkaar en hielden contact. In de bundel staat een stukje waarin Komrij een ontmoeting beschrijft eind jaren tachtig. "Hij was een mooie slanke jongen toen en nu was hij begonnen wat zitvlees te ontwikkelen op weg naar de status van commentator des vaderlands." Ook Heijne bewondert het polemische werk van Komrij. Deze bundel bevat daar mooie voorbeelden van.

De auteur constateert dat in het werk van Komrij, hoe narrig en badinerend ook, altijd sprake is van een romantische inslag: er moet iets terugveroverd worden wat verloren is gegaan. Of het nu ging om de verloedering van de literatuur, de lelijkheid in de architectuur, de leegheid in de beeldende kunst, het slonzige taalgebruik van het ik-tijdperk. Altijd was er het verlangen naar een verloren authenticiteit. Het eerste stuk is direct al vrij fel. In 'De lievelingen van het volk' is Komrij heel kritisch over het koningshuis. Hij noemt het een anachronisme in een nieuwe tijd van democratisering. terwijl er veel waardevols wordt afgeschaft zoals behoorlijk taalonderwijs, openbare bibliotheken, een omroepwet, bewoonbare binnensteden, mag het koningshuis blijven bestaan.

Heel sarcastisch is hij over politici. Over de toenmalige minister van Financiën Ruding: "dat soort jongetjes dat nooit uit de plooi schiet en dat het altijd beter weet – het is het soort waaruit steeds weer de graaiende, banketterende politieke kaste wordt gerekruteerd." Over Ria Beckers: "Denk hevig aan een komkommersalade met augurk en azijn, zodat u er het juiste gezicht bij trekt." Over de Tweede Kamer: "het gaat om de carrière van parlementariërs, met de bezorgdheid voor opiniepeilingen en met het trekken van wijze gezichten. Ministers leven in Luilekkerland en ze weigeren op te stappen na een wanprestatie: geen politicus, hoe onkundig en incompetent ook, valt weg te branden. Sommigen zijn bereid elke vernedering te ondergaan, alleen maar om er bij te mogen blijven."

Naast deze polemische stukken bevat 'Drift' ook heel serieuze essays zonder ironie en zonder aanvallen op personen. Heijne koos ervoor om de Huizinga-lezing uit 1990 geheel weer te geven. De lezing draagt de volgende titel: 'Over de noodzaak van tuinieren.' Hoewel Komrij zich in menig artikel gekeerd heeft tegen religies en ideologieën constateert hij dat de moderne mens worstelt met een wereld zonder God. Voor de scheppende kunstenaar betekent het dat hij geen betekenisvolle symbolen meer heeft en het streven naar het volmaakte is zinloos, omdat er geen idee is wat het volmaakte is. Komrij pleit voor een nieuw soort religiositeit: geen geloof in God, maar wel een wereld waarin God functioneert. Eén van de gevolgen van het ontbreken van religie is het feit dat metaforen niet begrepen worden. Komrij merkte op dat hij in verscheidene van zijn werken de metafoor van de tuin gebruikt heeft. Deze werd niet opgemerkt. In dit artikel werkt Komrij de metafoor van de tuin op vele manieren uit. Een fraai voorbeeld van ware taalkunst.

Een ander serieus en heel mooi geschreven essay is het laatste stuk Hotellounge – Frans Kellendonk-lezing. In dit stuk zegt Komrij dat we vaak een masker dragen. Komrij kon tijdens optredens wel eens de estheet uithangen. Hij las dan het gedicht Maskers voor, dat hij nu heel aanstellerig vindt, maar in die poëziebijeenkomsten is altijd veel vraag naar aanstellerij. Kellendonk heeft voor dit gedrag een uitdrukking bedacht: oprecht veinzen. Dit is een mooie gevarieerde bundel. Naast Komrij’s bekende ironische, polemische stukken, kunnen we hier ook genieten van mooie essays die tot nadenken aanzetten.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Locatie: Amsterdam