Een verdomd goede jeugdschrijfster & andere verhalen

Gelezen door: André Oyen (3544 boeken)

Citaat: "Hij had de doortastende blik van een topverkoper en inderdaad, deze maand alleen al had hij vier bedrijven bereid gevonden verkennende gesprekken te voeren over een algehele omschakeling qua internetbeveiliging, over wat hij noemde een andere manier van denken over interne communicatie en waarin de focus niet zozeer lag op het gevaar van buitenaf, maar eerder op de lekkages in het bedrijf zelf."

Koenraad Goudeseune werd in 1965 te Ieper geboren. Hij schreef eerder de dichtbundels 'Dichters na mij,' 'Atletiek van snijbloemen,' 'Dat zij mij leest,' 'Zen uit eigen werk,' en 'Het probleem met mensen die naar zee gaan.' Daarnaast schreef hij ook enkele brievenromans en verhalenbundels. Hij werkt als taxichauffeur. Persoonlijk hou ik heel ik heel erg van de poëzie van Koenraad Goudeseune maar prozawerk als ' Vuile was,' en 'Wat duurt op drift zijn lang' vond ik toch ook wel sterk.

'Vuile was' handelt over zijn jeugd in West-Vlaanderen in de jaren zeventig en tachtig. Een gevoelige puber ontdekt zijn literaire instinct, dat snel een wapen wordt om zich te handhaven in de ruwe wereld. 'Wat duurt op drift zijn lang' toonde dan weer een 44-jarige schrijver die flink aangedaan door de euthanasie van zijn vader onbeholpen als een kind door het leven dwaalt. Dat uit zich in zijn vele buien van verliefdheid en in het voortdurende geschipper tussen zijn armoedige, hopeloze schrijversbestaan en de noodzaak van een baantje als taxichauffeur.

In zijn verhalenbundel 'Een verdomd goede jeugdschrijfster & andere verhalen' spitst Koenraad Goudeseune zich verder toe op het thema van de miskende schrijver. In zijn rauwe, karakteristieke stijl treedt hij in een ietwat stroeve en soms moeizame dialoog met zijn lezer. Het is allemaal wat tegendraads maar het geeft hem wel een uitstraling die ik best weet te waarderen. Hij steekt van wal met een brief waarin hij in discussie treedt met zijn vorige uitgever over de kwalteit en de verkoopbaarheid van zijn werk. De portretten van hemzelf, van vrienden en familieleden zijn vaak ironisch en meedogenloos, maar toch zit daar heel ver weg ook een soort aaibaarheidsfactor onder verborgen die de verhalen een onmiskenbare authenticiteit geven. Het trachten te bekomen van verloren liefdes en de onmogelijkheid om de keiharde werkelijkheid het hoofd te bieden, biedt een herkenbaarheid waarmee niet alle lezers diverse verhalen lang willen mee geconfronteerd worden, maar die ik persoonlijk wel erg kon smaken. Het is die exhibitionistische trek om zijn eigen onaangename kantjes te tonen en bij te vijlen die me zijn ongepolijste humor, recht voor de raap, doen smaken.

Ook in 'Een verdomd goede jeugdschrijfster' laat Goudeseune zich opnieuw van een soms onbehouwen kant zien die echter prachtig proza oplevert. Het leven dat via hartinfarcten, zelfhaat en mislukking onvermijdelijk voert richting de dood, ons onderweg trakterend op een stevige borrel tristesse wil ik best met regelmatig in zijn literaire taxi volgen. En daartoe wil ik voor hem best een goede jeugdschrijfster op de kop tikken die in hem in haar armen jeugd maar ook rijpe inspiratie kan bieden alleen al om nog meer verhalen te produceren als: ‘Verlegen mensen zijn blij als ik er niet ben’ of ‘Whisky-cola drinken in de Comeback’ en ‘De som der zonen’ of  'In haar bed'. De poëzie van de miskenning en de verdronken liefde schittert onophoudelijk door deze verhalen.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: