Rumo & Die Wunder im Dunkeln

Gelezen door: Tim Vervaeke (44 boeken)

Rumo, die in Die 13½ Leben des Käpt'n Blaubär een bijrolletje kreeg, krijgt in dit boek hier z'n eigen moment of fame. Het boek is opgedeeld in 2 delen: Obenwelt en Untenwelt. In Obenwelt leert de jonge Rumo voor zichzelf op te komen en te ontsnappen aan een bende cyclopen die hem ontvoerd heeft. Samen met Volzotan Schmeik, die in Die Stadt der Träumenden Bücher een grote rol speelt, slaagt Rumo zijn vrijheid te veroveren, waarna elk dan z'n eigen weg gaat en Rumo zich laat leiden door een zilveren lint, een belangrijk element in het verhaal. Van Schmeik is nadien geen spoor te bekennen, omdat het boek over Rumo's levensloop gaat.

In Obenwelt ontmoet Rumo soortgenoten, een hele gemeenschap Wolpertingers. Maar Rumo is niet vertrouwd met het leven in gemeenschap en met culturele gebruiken. Dat alles leert hij wel, echter zeer moeizaam. Dat leidt vanzelfsprekend tot opstootjes, maar toch keert het tij wel, ook omdat Rumo zijn talenten verder ontwikkelt, al dan niet op eigen initiatief.

Heel veel actie is er niet in het eerste deel; des te meer en des te bloederiger, gewelddadiger in deel 2, Untenwelt: een donkere, ondergrondse wereld waar allerlei insecten en vreemde creaturen dwalen en leven. Gevechten zijn de kern van het verhaal; in Hel bestaat er immers een soort arena/amfitheater (das Theater der Schönen Tode), waar er gevechten (verpakt als kunst) worden gehouden ter ere van koning Gaunab, ondertussen de 99ste van de dynastie. Alles wordt in feite georkestreerd door z'n adviseur Friftar, die vooral uit eigenbelang handelt, omdat Gaunab verstandelijk achtergesteld is.

De Wolpertingers worden op een dag gevangengenomen, zodat ook zij als vechtslaven in de arena kunnen worden opgevoerd. Tot Rumo, door z'n eerdere verlaten van de stad om liefdesredenen (hint: Rala en geschenk), ter hulp schiet. Maar hij krijgt hulp van enkele inwoners van Hel, echter niet het gewone gepeupel.

Schmeik komt in dit tweede deel terug in beeld; Rumo en Schmeik bundelen opnieuw de krachten, hoewel elk korte metten dient te maken met z'n eigen proble(e)m(en). Vooral bij Schmeik krijg je al een spoiler, om het zo te zeggen, van z'n doen en laten in Die Stadt der Träumenden Bücher.

Het blijft spannend en onvoorspelbaar tot op het einde; ook al kan je soms raden in welke richting het verhaal zal gaan, je weet daarom nog niet hoe het precies zal uitdraaien.

Het is, m.i., wel spijtig dat het einde (eind goed, alles goed) is zoals het is. Of beter gezegd, dat iets niet verteld wordt, maar overgelaten wordt aan de verbeelding van de lezer, wat op zich ook een goede zaak is. Elk nadeel heb z'n voordeel, zoals Johan Cruijff zou zeggen.

De fantasie van Walter Moers kent (opnieuw) geen grenzen, zo te zien. Niet alleen weet hij het verhaal spannend en entertainend te houden (door bv. niet alle kaarten op tafel te leggen), hij tapt ook uit andere vaatjes dan de gebruikelijke Fantasy-auteurs: qua personages en schepsels, qua beschrijvingen, enz. En hij kletst er ook nog een brok humor tussen (Löwenzahn en Grinzold, bijvoorbeeld). Ook het (wrede en moorddadig, jawel) contrast tussen Obenwelt en Untenwelt mag niet onderschat worden. Je zou je kunnen afvragen of Moers niet een tikkeltje té ver is gegaan in de beschrijvingen, gezien dit boek vermarkt wordt als jeugdboek.

Net als in zijn andere boeken heeft Moers zelf weer gezorgd voor de grafische toevoegingen; niet alleen als auteur is hij getalenteerd, ook als tekenaar kan hij zeer goed overweg met pen en potlood. Het geeft zijn boeken extra waarde, een extra toets, een USP (unique selling point, zoals dat in de verkoop heet). Maar bovenal, het maakt zijn verhalen levendiger. Dat betekent echter niet dat je je eigen verbeelding niet aan het werk hoeft te zetten. Integendeel.

In 't kort (althans wat betreft de Duitse versie, want ik heb 'm in die taal gelezen): een dikke, vette aanrader! En dan heb ik het niet enkel over de fysieke kant. ;-)

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: