Extaze 11 - Mystiek

Gelezen door: André Oyen (3328 boeken)

Citaat: "Mystiek is de leer van het verborgene dat zich verborgen houdt. Want het sterft als we ons eraan vastklampen. Het smelt als we ons er een beeld van vormen. Het zwijgt als we erover praten en het is het zwarte gat waarin het denken zichzelf verliest. Mystiek is net als waanzin alleen met een omtrekkende beweging te benaderen. Uit Mystiek en waanzin. Lichtnevels en kristilkoorts. Wouter Kusters "

Extaze nummer 11 is er. Extaze is een literair kwartaalschrift, gemaakt door een Haagse redactie, maar bestemd voor heel Nederland en België en samengesteld uit literair en beeldend werk van Nederlandse en Belgische schrijvers en kunstenaars. De afzonderlijke nummers van Extaze zijn niet altijd thematisch geordend, maar enige samenhang tussen de bijeengebrachte stukken is er wel. Het karakter van het nummer wordt versterkt door het werk van een beeldend kunstenaar. Literaire inhoud, beeldend werk en vormgeving zijn nauw met elkaar verbonden. De redactie van het tijdschrift bestaat uit Cor Gout en Els Kort. De tekst- en eindredactie is in handen van Cor Gout en Kees Ruys. Medewerkers zijn: Jan-Hendrik Bakker, Kees ’t Hart, Christien Kok, Wim Noordhoek en Wim Willems. Naast het papieren blad stelt de redactie van Extaze een website samen met daarin informatie over het blad, een agenda, recensies, columns, poëzie, afbeeldingen en film- en geluidsfragmenten. Ieder nieuw nummer van Extaze wordt gepresenteerd in Pulchri Studio aan het Lange Voorhout in Den Haag.

Onder de naam 'Extaze in Pulchri' belichten kunstenaars uit verschillende disciplines de thematiek van dat nummer elk vanuit hun optiek. De naam Extaze verwijst naar een roman van Louis Couperus. Extaze staat niet alleen open voor oorspronkelijk proza en nieuwe gedichten, maar ook voor essays over film, beeldende kunst en muziek. Hoewel de initiatiefnemers uit Den Haag komen, willen ze van Extaze niet een exclusief Haags tijdschrift zijn: ‘We staan evenzeer open voor het werk van Haagse schrijvers als voor dat van Nederlandstalige schrijvers elders in het land of buiten de landgrenzen.’ Toch benadrukt de redactie dat er meer plek voor literatuur in de stad moet komen. ‘Sinds het verdwijnen van de uitgevers en de tijdschriften uit onze stad, de verschuiving van de aandacht naar groots opgezette internationale festivals als Winternachten en Crossing Border en het mislukken van het stadsdichterschap is er een grote leemte in het literaire leven van Den Haag ontstaan. Wij vinden niet alleen dat die leemte zo snel mogelijk gevuld moet worden, maar ook dat die taak in eerste instantie is weggelegd voor de Haagse schrijvers zelf.’

Nummer 11 heeft als hoofdthema mystiek en daar valt wel het een en ander over te vertellen. Vier essayisten benaderen het verschijnsel mystiek vanuit verschillende richtingen.
Jaap Goedegebuure analyseert het werk van de Europese avant-garde van de twintigste eeuw, voor zover de vertegenwoordigers van die stroming zich bekenden tot een ‘bezield verband’.
Wouter Kusters vergelijkt de mystieke weg met de psychose en benadrukt daarbij het belang van de dialectiek tussen ‘schrijven vanuit’ (een inzicht) en ‘schrijven over’ (de werkelijkheid zoals wij die als ‘gewoon’ ervaren).
Marlies De Munck onderzoekt de vraag naar de betekenis van instrumentale muziek. Plakken wij die betekenis erop, komt hij voort uit de muziek zelf of ontstaat hij in de praktijk van het engagement, in de concrete muzikale ervaring? Schuilt ‘betekenis’ in de band die wij opbouwen met dingen die ons overstijgen?
Arnold Heumakers komt in zijn benadering uit bij de sacrale trekken van oorlogsvoering, zoals die zich openbaarden ter keerzijde van de geïndustrialiseerde oorlog, die in 1914 een totaal karakter kreeg. Als het geweld maar onmenselijk genoeg is, dan voegen fascinatie en vervoering zich bij ontzetting.

Het beeldend werk van Tanja Smit is werkelijk 'beeldig' aanwezig. De gedichten werden naarstig neergepend door Maria van Daalen, Renée van Riessen, Maarten Buser, Michiel Hanon en Gerrit Vennema, en het korte verhaal van Hans Muiderman met de titel Passendale sluiten bij deze thematiek aan. Verder zijn er ook nog verhalen van Lisette Erdtsieck, Annette van ‘t Hull, Elvira Werkman en niet te vergeten Giuseppe Minervini, een schrijver met een muzikale naam die zweeft tussen angsten en verlangens.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Locatie: Den Haag