Andersen sprookjes en verhalen

Gelezen door: André Oyen (3159 boeken)

Hans Christian Andersen werd geboren en groeide op in Odense, in grootte de derde stad van Denemarken. Hans Christian Andersen is meester van het sprookje en zijn vertellingen genieten bekendheid over de hele wereld. Hij is ook schrijver van toneelstukken, novellen, gedichten, reisverhalen en drie autobiografieën. Terwijl veel van het laatste buiten Denemarken nauwelijks bekendheid geniet, behoren zijn sprookjes tot de meeste vertaalde werken in de hele literatuurgeschiedenis. Tot op de dag van vandaag worden veel van zijn pennevruchten bewerkt tot bijvoorbeeld films en toneel- en/of balletvoorstellingen voor zowel kinderen als volwassenen. Ondanks zijn geringe afkomst kwam Andersen in contact met de burgerij van Kopenhagen en werd hij een vertrouwde gast op de grote Deense landgoederen en in de paleizen van koningen en prinsen door heel Europa. Zijn relatie met andere Europese kunstenaars, geleerden en het volledige cultuurgebeuren van Europa in die dagen was een grote inspiratiebron voor hem.

De moderne uitgaven van zijn correspondentie en dagboeken geven een uitgebreide kijk op zijn leven en zijn complexe persoonlijkheid. Andersens sprookjes en vertellingen - totaal ongeveer 190, geschreven tussen 1835 en 1872 - richten zich zowel op volwassen lezers als op kinderen en zijn qua stijl en thematiek zeer origineel. Zijn debuut was in 1827 met het gedicht "Det døende Barn" (Het stervende kind) dat hem zeer onder de aandacht bracht. In 1835 werd de roman "Improvisatoren" (De improvisator) uitgebracht na een studiereis door Europa. Deze roman was zowel een pittoreske beschrijving van Italië als een autobiografie. In 1835 werd ook zijn eerste verzameling "Eventyr, fortalt for Børn" (Sprookjes, aan kinderen verteld) uitgegeven. Dit waren hervertellingen van veelal traditionele sprookjes. Het was geschreven in een verfijnde vorm, vaak met een dubbele bodem, die voor kinderen te begrijpen was, terwijl de bundel op volwassenen geënt was.

Zijn latere sprookjesbundels, vol eigen sprookjes met een grote spanwijdte, weken verder en verder van kinderliteratuur af. Ze vallen in meerdere categorieën uiteen, vanaf de poëtisch-filosofische mythe tot aan realistischere korte verhalen. Gemeenschappelijk is echter het humoristische inzicht van Andersen. Bij de diverse verhalen van Hans Christian Andersen in de database van de volksverhalen Almanak wordt over het algemeen een leeftijdsindicatie van boven de 7 jaar gegeven.

Bij uitgeverij Lemniscaat verscheen nu een prachtige bundeling met heel bekende sprookjes zoals "Het lelijke jonge eendje." "De prinses op de erwt." "De Chinese nachtegaal." "De rode schoentjes. Het meisje met de zwavelstokjes. De nieuwe kleren van de keizer. De sneeuwkoningin. De kleine zeemeermin." "Het tinnen soldaatje." "Klaas Vaak," enz. Niet alleen de sprookjes zijn prachtig ook de illustraties van Jan Jutte die hij heeft gemaakt met zijn ganzenveer - en potloden, penselen, inkt, verf en digitale technieken -  geven de sprookjes die iedereen kent krijgen een nieuwe gedaante. De drievoudig Gouden Penseel-winnaar overtreft zichzelf in zijn interpretatie van de klassieke sprookjes in heel artistieke illustraties. In stevige lijnen en subtiele kleuren zet hij prenten neer waarmee elk sprookje werkelijk tot leven komt. Het geheel is een pracht van een sprookjesbundel.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Locatie: Denemarken