Het meesterwerk

Gelezen door: André Oyen (3525 boeken)

Citaat: " En in een vlaag van blinde razernij wilde hij zich op het doek storten om het kapot te slaan."

Émile Zola (1840 – 1902) was een prominente Franse romanschrijver aan het eind van de 19e eeuw. Zijn literaire werk werd beïnvloed door het oeuvre van Honoré de Balzac en Gustave Flaubert. Het meest bekend is hij om zijn Les Rougon-Macquartserie, die uit twintig romans bestaat. Het meesterwerk (1886) is de veertiende roman uit deze serie. L’Oeuvre, een roman over de kunst met als hoofdpersoon de schilder Claude Lantier. In L’Oeuvre beschreef hij nauwgezet het milieu van de beeldende kunstenaars, hun gesprekken in het café Guerbois en hun wandeltochten door Parijs, de werkwijze van de jury voor de Salon, het begin van de professionele kunsthandel, kortom de hele bedrijfstak. Het verhaal beperkt zich tot die wereld, alles wat er in die tijd verder nog gebeurt in de Franse maatschappij blijft buiten beschouwing: de Frans-Duitse oorlog, de val van het keizerrijk en de Communeopstand worden niet genoemd. Claude Lantier is de meest getalenteerde schilder van een groep jonge kunstenaars waartoe ook zijn jeugdvriend behoort, de jonge schrijver Sandoz. Maar Lantier lost de verwachtingen niet in. Veel verder dan een aantal ‘sublieme’ schetsen komt hij niet, en in zijn streven het meesterwerk te creëren waardoor de beeldende kunst een beslissende vernieuwing zal ondergaan, veronachtzaamt hij vrouw en vrienden. Hij schiet tekort in de vriendschap, in de liefde en ten slotte ook in de kunst. Het ultieme meesterwerk zal nooit worden voltooid en wanneer Lantier zich dat realiseert,neemt hij een drastisch besluit.. Algemeen wordt aangenomen dat voor Zola het verhaal Le Chef d’oeuvre inconnu (1837) van Honoré de Balzac als voorbeeld heeft gediend. De overeenkomsten zijn evident: ook Balzacs hoofdpersoon, de schilder Frenhofer, streeft ernaar het volmaakte meesterwerk te creëren, ook hij faalt in dat streven. Ook bij Balzac offert een schilder de liefde van een vrouw op aan zijn obsessieve betrokkenheid bij zijn werk. Als een ander mogelijk voorbeeld wordt wel Manette Salomon (1867) genoemd, van Edmond en Jules de Goncourt. Maar L’Oeuvre is geen kopie en ook geen compilatie van ontleningen aan andere schrijvers. Het is Zola’s eigen ‘temperament’ dat aan de roman zijn toon, betekenis en originaliteit verleent. L’Oeuvre is ook geen sleutelroman. In de weinige brieven waarin Zola L‘Oeuvre vermeldt, geeft hij toe dat het boek zeker (auto-)biografische elementen bevat, maar onthult hij niets over de identiteit van de personages. Die zijn, met uitzondering van Sandoz die veel lijkt op Zola, grotendeels fictief. Dat neemt niet weg dat het boek voor Zola’s vroegere schildersvrienden een teleurstelling was. Claude Monet stuurde Zola een beleefde en uiterst kritische brief. Hij merkt op dat het allicht niet Zola’s bedoeling zal zijn geweest om de impressionisten als mislukkelingen af te schilderen, maar dat dat wel het effect van het boek zou kunnen zijn. Als kampioen van de impressionisten had Zola afgedaan. Het is echter nauwelijks denkbaar dat Cézanne zich zou hebben herkend in het personage Claude Lantier. Diens ideeën over kunst waren niet de zijne. De enige overeenkomst tussen Cézanne en Lantier is te vinden in de eerste hoofdstukken van het boek, waarin de onbekommerde jeugdjaren in de Provence van Lantier en Sandoz, Zola’s alter ego, worden beschreven. L’Oeuvre is op het eerste gezicht een boek over schilders en de schilderkunst. Maar het gaat evenzeer over de relatie tussen beeldende kunst en literatuur. Dat blijkt al in het begin van het boek. Claude Lantier tracht de natuur te overstijgen en de beeldende kunst in de plaats van de natuur te stellen – en hij mislukt in dat streven. Sandoz daarentegen postuleert de superioriteit van de (naturalistische) literatuur tegenover de beeldende kunst. Claude Lantier is grotendeels fictie. Dat begreep Cézanne ook wel: het personage Claude Lantier moest passen in het kader van de roman. Maar Cézanne wist ook heel goed hoe Zola dacht over beeldende kunst in het algemeen en zijn kunst in het bijzonder; ook dat vond hij terug in L’Oeuvre. Hij voelde zich gegriefd in zijn kunstenaarschap en in zijn vriendschap met Zola. Als criticus viel Zola scherp uit naar de Salonjury, toen zij De fluitspeler van Manet weigerden op te nemen in de tentoonstelling. Hij werd een fervent verdediger van het impressionisme. Het meesterwerk is ook het verhaal van een groep kunstenaars en hun strijd met de academische school. De roman is ook een verhaal van liefde en vriendschap. Claude Lantier ontmoette op een regenachtige avond, onder de veranda van zijn gebouw, een jonge vrouw genaamd Christine, met wie hij zijn leven en zijn mislukkingen zal delen. Ze zullen op het platteland wonen, waar Claude eerst verlichting vindt. Ze hebben een kind, maar dit kind met waterhoofd, ,zal sterven op de leeftijd van twaalf. Inmiddels is het stel weer in Parijs gaan wonen, waar Claude zowel zijn vrienden als het gevoel van falen vindt. Uiteindelijk scheidt hij van zijn vrouw om zijn tijd door te brengen in een grote hangar waar hij een gigantisch werk heeft ondernomen, een doek dat hij onvoltooid zal achterlaten. Christine was de dochter van kapitein Hallegrain, die stierf aan een aanval toen ze twaalf jaar oud was, en van een Parijse vrouw die in Clermont woont, en haar dochter opvoedde met een mager pensioen dat ze voltooit door fans te schilderen. Ze voedt haar dochter op als een jonge dame, maar het ergert Christine. Na de dood van haar moeder werd ze naar het klooster van de visitatie gebracht, waar ze vijftien maanden woonde. De meerdere, die heel veel van haar houdt, vindt haar een plaats als lezer bij mevrouw Vanzade, een rijke en bijna blinde weduwe. Al snel worden Christine en Claude verliefd en vluchten naar het platteland, in Bennecourt, waar ze een huis huren. Ze leven een paar maanden van volledige liefde, maar Christine wordt zwanger zonder dat ze het verwachten. Jacques, hun zoon, wordt verwaarloos door zijn ouders, die niet om hem geven; Claude ziet hem alleen als het model van een cherubijn om te schilderen en Christine voelt zich niet geboren voor het moederschap. Zij is de minnaar, niet de moeder. Terug in Parijs, de dood van het kind zal alleen het voorwendsel voor een schilderij van Claude, L'Enfant mort, die hij stuurt naar de Salon en dat geen succes oogst. Christine heeft een jaloerse haatrelatie met schilderen. Als Model van de grote naakte vrouw die haar man zijn meesterwerk is, wordt ze jaloers. Kunst, schilderkunst, impressionisme, sterfelijkheid en onsterfelijkheid zijn allemaal thema's die tot uiting komen in deze roman. Wat de hoofdpersonen betreft, zijn ze talrijk: Claude Lantier, Christine, Pierre Sandoz, Mahoudeau, Jory, Fagerolles, Dubuche en Gagnière. Het meesterwerk is het groot literair kunstwerk van de visuele schrijver die Zola was.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: