SS Proleterka

Gelezen door: Marita Schaukens (133 boeken)

Citaat: "Kinderen verliezen hun belangstelling voor hun ouders als ze worden verlaten. Ze zijn niet sentimenteel. Ze zijn hartstochtelijk en koel tegelijk. In zeker opzicht laten sommigen hun genegenheid, hun gevoelens los alsof het voorwerpen zijn. Vastberaden, zonder verdriet. Ze worden vreemden. Soms vijanden. Ze zijn niet langer in de steek gelaten wezentjes: zíj zijn het die geestelijk de aftocht blazen. En ze gaan ervandoor. Naar een duistere, verzonnen en ellendige wereld. En toch doen ze zich soms gelukkig voor. Balancerend als koorddansers. Hun ouders zijn niet noodzakelijk. Weinig dingen zijn noodzakelijk. Sommige kinderen nemen hun lot in eigen handen. Hun hart is van onbreekbaar kristal. Ze leren te doen alsof. En het doen alsof wordt hun meest waarachtige bezigheid, even aantrekkelijk als hun dromen. Het neemt de plaats in van wat zij als echt beschouwen. Misschien is het alleen dit: sommige kinderen hebben de gave van de onthechting."

Het citaat maakt duidelijk dat dit niet meteen een novelle is die een lezer vrolijk maakt. Hij levert wel een bevreemdende leeservaring op. De ik-verteller neemt vaak afstand van zichzelf en schrijft over zichzelf in de derde persoon, of heeft het over zichzelf als 'de of Johannes' dochter'. De zinnen zijn kort, afgemeten, maar ontdaan van alle overtolligheid en daardoor zwaar van betekenis. De gesloten stijl zorgt ervoor dat de lezer moet 'werken', om door te dringen en verbanden te leggen. De SS Proleterka is de naam van het schip dat een veertiendaagse reis maakt van Venetië naar Griekse eilanden en de Bosporus. De oude berooide Johannes en zijn 15-jarige dochter, die elkaar amper mogen zien van de ex-echtgenote, zijn aan boord. De dochter wordt meer afstandelijk en is niet bang voor de gewelddadige seks met officiers. Terug in Venetië waar Johannes in een hotelkamer verblijft, sterft hij later. De dochter van de hoteldirecteur regelt alles voor de begrafenis. Het is met de herinnering aan de asse en de urne járen later, waarmee de roman start. En dan kijkt de verteller terug op die fasen in het verleden, vanop een grote afstand dus. Na de dood van haar vader komt ze als bijna vijftigjarige in contact met een bejaarde man die beweert haar vader te zijn. Hij had een passionele relatie met de Italiaanse moeder en moet haar uit waarheidsliefde dat melden. Ze bezoekt hem, maar komt niet tot zich hechten, zich verbonden voelen. Ze voelde alleen haar leven lang een zekere verbondenheid met de broer die op 5-jarige leeftijd al stierf. Dood, afwezigheid, afstand, vergeten ... neen, vrolijk word je er niet van.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: