Grand Hotel Europa

Gelezen door: Claude Bonvin (709 boeken)

Een goed geschreven roman die soms langdradige stukken bevat. Maar in sommige stukken zoals de zoektocht met zijn vriendin naar het verloren schilderij van Caravaggio en over massatoerisme zijn dan wel zeer goed. En zeker niet te vergeten zijn verblijf in het hotel. Een aanrader?

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties:

Gelezen door: Marita Schaukens (123 boeken)

Citaat: "Hij opende het deurtje en ik had niet verwacht dat zich daarachter zo'n grote ruimte zou bevinden. We kwamen in een ruime kamer, meer een zaal eigenlijk, met hoge gewelfde plafonds, beschilderd met mythologische taferelen. De muren werden aan het zicht onttrokken door metershoge boekenkasten, wandkleden en schilderijen. Ik liet mijn oog over de ruggen gaan van een deel van de duizenden boeken die op de planken stond. Min of meer de complete Europese literatuur was hier aanwezig, in ieder geval de klassiekers, in de oorspronkelijke talen en in vertalingen, het meeste in oude, historische ediaar ties. Er was een kast met middeleeuwse manuscripten. In een boekenmolen stond een exquise collectie Italiaanse en Franse poëzie. De meeste schilderijen leken mij zestiende- of zeventiende-eeuws. "

Deze gelaagde roman van de in Italië (Genua) wonende Nederlandse schrijver met een ik-verteller, die luistert naar de naam Ilja Leonard Pfeijffer, kon ik niet meer wegleggen vanaf hoofdstuk één. "Grand Hotel Europa" start met de aankomst van de schrijver na een afgebroken liefdesrelatie in het hotel en eindigt met zijn vertrek. Hij wil er denken en schrijven over de ontmoeting, de avonturen en de breuk met Clio, een kunstkenner, gespecialiseerd in renaissanceschilderijen, vooral in de 16de-eeuwse mysterieuze Caravaggio en een onvindbaar middenpaneel van een drieluik. De zoektocht ernaar - opgevat als een spel van middeleeuwse ridders op zoek naar de heilige graal - voert het verliefde koppel naar Venetië. Die stad leidt tot nadenken over en fulmineren op het overtoerisme, vooral in Europa, en op de imitaties van Europese steden, musea in het buitenland, bijvoorbeeld in Los Angeles of Abu Dhabi. Maar het boek is veel meer dan dat. Ik denk dat de roman een roman is over het schrijven van een roman en over alle keuzes die een auteur daarbij maakt. Pfeijffer koos voor een ik-verteller met zijn naam (dat leidt al tot waakzaamheid bij de lezer). Die verteller schrijft over voorbije gebeurtenissen en kan dus vooruitwijzen (de lezer weet ook meteen hoe de relatie afliep) in het verleden, hij kan de verhaallijnen uitzetten, hij kan oorzaak-gevolg duidelijk maken. De verteller brengt binnen dat kaderverhaal - zoals Boccaccio in "Il Decamerone" - ook nevenverhalen van andere vertellers, zoals dat van piccolo Abdul die dan zelf weer het reisverhaal van de Trojaanse held Aeneas naar zijn hand zet. De gesprekken van de ik-verteller met de uomo universalis Patelski in het hotel doen mij denken aan klassieke filosofische dialogen. En er is zoveel meer, vermoed ik. Kortom, Pfeijffer heeft hier het métier en de algemene kennis van de schrijver geëtaleerd, stilistisch, thematisch en vooral met kennis en liefde voor de Europese beschaving vanaf de vijfde eeuw voor Christus.

 | Reacties (0)Delen |
0 reacties: