Een springende fontein

Gelezen door: Tessa Baert (14 boeken)

Citaat: "Wij overleven niet als degenen die we geweest zijn, maar als degenen die we geworden zijn nadat we waren."

Dit meesterlijke relaas van Walsers kinderjaren heeft kritiek uitgelokt. Walser werd verweten de ernst van de feiten te minimaliseren. Hij beschrijft hoe het nazisme zijn dorpsgemeenschap in de jaren ’30 en ’40 in de greep kreeg. Dat vindt Walser niet iets om je voor te schamen. Hij leidt het verhaal in met een essay over de tijd, met als kerngedachte: als iets voorbij is, ben je niet meer diegene die het heeft beleefd. Had de terugblikkende auteur dan toch afstand moeten nemen? Met minder humor schrijven? Kleurrijke dorpsfiguren meer moeten ontmaskeren? Aan de lezer om te oordelen of hier al dan niet iets wordt vergoelijkt.

 | Reacties (1)Delen |
1 reacties:
Norbert De Meyer op 16 februari 2011:
Meesterlijke evocatie van de meest sombere periode in het vooroorlogse Duitsland (jaren ’30 en ’40), gezien door de ogen van het opgroeiend kind Johann, meegesleurd in de draaikolk van de gebeurtenissen. Dat dit alles een stempel op dat verdere leven zal drukken, ligt voor de hand.
Het tweede deel, waarin bij Johann de eerste puberale verliefdheid zich openbaart voor het circusmeisje Anita Anita (want twee keer na elkaar vond hij haar naam zo schattig klinken), vormen de meest radeloos aangrijpende bladzijden over ontluikende seksualiteit die ik ooit onder ogen kreeg: gevoelig, subtiel, intiem, ontroerend, zonder ook maar een moment te vervallen in meligheid. En dan diens liefde voor de taal (gedichten vooral), want “de taal, dacht Johann, is een springende fontein”. Walser schildert een tijdsbeeld door middel van Johann (zijn alter ego?), diens broers en makkers en de vele kleurrijke dorpsfiguren die dit verhaal bevolken. Ik gom dit verhaal nog moeilijk uit mijn kop.